De graafwesp klinkt als iemand die de hele dag kuilen staat te graven. Dat klopt ook. Alleen doet ze dat niet om een vijver aan te leggen of een terras te plaatsen. Ze bouwt een ondergronds nest en vult de voorraadkast met verse prooien. Levend, maar keurig verlamd. Smakelijk.
Graafwespen zijn solitaire wespen. Ze leven niet in grote kolonies met een koningin en duizenden werksters. Elke vrouwelijke graafwesp regelt haar eigen huishouden. Ze graaft een gang in droge, zanderige grond en maakt daar één of meerdere nestkamers.
Daarna begint de jacht. Afhankelijk van de soort vangt ze rupsen, bladluizen, vliegen, muggen, cicaden, sprinkhanen, krekels, spinnen of kleine kevers. Met een nauwkeurige steek verlamt ze haar prooi zonder die te doden. Vervolgens sleept ze haar buit naar het nest, legt er een eitje naast en metselt de deur weer dicht. Voor de larve is dat een perfect vers buffet. Voor de prooi een bijzonder slechte dag.
Voor de moestuin zijn graafwespen uitstekende bondgenoten. Ze ruimen heel wat plaaginsecten op zonder ooit een factuur te sturen. Terwijl jij nog twijfelt of die rups eigenlijk wel kwaad kan, heeft de graafwesp de beslissing al genomen.
Ondanks hun indrukwekkende jachttechniek zijn graafwespen bijzonder vreedzaam. Ze hebben nauwelijks belangstelling voor mensen en steken zelden. Hun agenda zit simpelweg te vol met graven, jagen en het bevoorraden van de volgende kinderkamer.
Je hoeft deze ondergrondse premiejager dus niet te bestrijden. Laat hier en daar een zonnig stukje kale grond liggen, plant bloemen die nectar leveren en laat haar rustig haar werk doen. Ze betaalt de huur van haar nest ruimschoots terug in opgeruimde plaaginsecten.
De graafwesp bewijst dat je geen groot leger nodig hebt om de moestuin te beschermen. Soms is één vastberaden jager al voldoende om de rust te bewaren.
